Veehouders richten gebiedscoöperatie op

25-01-2019

In 2020 loopt een convenant af dat tien partijen in 2010 afsloten voor de polder Groot Wilnis-Vinkeveen. Met de recente oprichting van een gelijknamige gebiedscoöperatie, anticipeert een aantal veehouders op recente en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van onder andere waterkwaliteit, bodemdaling, natuurontwikkeling, biodiversiteit én vitale landbouw.

Groot Wilnis-Vinkeveen telt veel moderne, vitale melkveebedrijven en is, mede dankzij het convenant en de inspanningen van veehouders die zijn aangesloten bij het collectief Rijn, Vecht en Venen, een toonaangevend weidevogelgebied met waardevolle sloot-, oever- en schraallandvegetaties. ‘Nu het eind van het convenant in zicht is, hebben we met de oprichting van een gebiedscoöperatie als het ware midden in het gebied een vlag geplant’, legt penningmeester Egbert de Graaff uit. ‘Dit zijn wij, de veehouders in het gebied. Als je een vraag of een plan hebt, weet je voortaan waar je moet zijn.’

Twee generaties

De diversiteit aan melkveebedrijven in Groot Wilnis-Vinkeveen is groot. De Graaff heeft een extensief  melkveehouderij in Nieuwer Ter Aa, is lid van Rijn, Vecht & Venen en doet veel aan weidevogelbeheer.  Voorzitter Arjen van Rijn bestiert in Oud-Aa een intensiever bedrijf, met een paardenpension als neventak, en houdt vrijwillig rekening met de grutto’s en scholeksters op zijn land. ‘De gebiedscoöperatie moet ervoor zorgen dat er niet alleen over maar ook met de boeren in Groot Wilnis-Vinkeveen wordt gepraat’,
benadrukt hij. ‘In de statuten hebben we nadrukkelijk de vitaliteit van de agrarische bedrijven als  uitgangspunt genomen. Zwart op wit staat er dat er hier over twee generaties nog steeds moet worden geboerd. Natuurontwikkeling, vergroting van de biodiversiteit, maatregelen om de bodemdaling tegen te gaan… Allemaal mooi en aardig en belangrijk, maar veehouders moeten wel de ruimte krijgen om te boeren en om hun bedrijfsvoering aan te passen aan de veranderende omstandigheden.’

Gesprekspartner

Van Rijn erkent dat de gebiedscoöperatie, opgericht in de warme, droge zomer van 2018, nog in de kinderschoenen staat. ‘Als bestuur zijn we nog volop bezig met het afbakenen van ons werkveld en het bepalen van onze standpunten, uiteraard in nauw overleg met de circa vijftig leden. Zonnepanelen op een staldak vinden we bijvoorbeeld prima, maar we zijn tegen zonnepanelen in weilanden. Daar leent dit gebied zich niet voor.’

Het convenant met onder andere de provincie, het waterschap en natuur- en landschapsorganisaties heeft volgens Van Rijn sinds 2010 veel opgeleverd, zowel voor de landbouw als voor de natuur in het gebied. ‘Het is ook nog niet klaar. Uitgangspunt is dat de afspraken worden nagekomen, ook op het gebied van onderwaterdrainage. Het Programmabureau Utrecht-West heeft en houdt daarbij de touwtjes in handen. Wat er na 2020 gebeurt, is nog onduidelijk. Met de nieuwe gebiedscoöperatie scheppen we nu al duidelijkheid en anticiperen we op toekomstige ontwikkelingen. De gemeenten, de provincie, LTO Noord, het programmabureau… We willen voor iedereen een gesprekspartner zijn, maar wel een gesprekspartner die vitale landbouw nadrukkelijk op de eerste plaats stelt.’

Duidelijke stem

De Graaff sluit niet uit dat er in de toekomst onder de vlag van de gebiedscoöperatie streekproducten in de markt worden gezet. ‘Samen sta je sterk. Samen tel je mee en word je serieus genomen. Omdat het  werkgebied van organisaties als LTO Noord en Rijn, Vecht & Venen steeds groter wordt, hadden we het idee dat Groot Wilnis-Vinkeveen een witte vlek begon te worden. Een soort achtertuin van Utrecht en Amsterdam waar iedereen een mening over had, zonder de belangrijkste grondeigenaren en economische dragers van het gebied naar hún mening te vragen. Dankzij de gebiedscoöperatie hebben de veehouders in Groot Wilnis-Vinkeveen nu ook een herkenbaar gezicht en een duidelijke stem.'

Foto: Op de foto ziet u Voorzitter Arjen van Rijn (links) en penningmeester Egbert de Graaff van gebiedscoöperatie Groot Wilnis-Vinkeveen. De foto is gemaakt door Cees de Geus.

Aanjager

Dit artikel is eerder verschenen in de Aanjager van december 2018. Deze editie was een special over natuurinclusieve landbouw: over de productie van natuur, werken met natuur én natuur sparen. Wilt u op de de Aanjager zelf ook ontvangen? Meld u dan aan via www.lami.nl/contact. U kunt zich daar ook aanmelden voor de maandelijkse LaMi-nieuwsbrief.